25 juni 2022
  • 08:15 Mike Piazza bouwt zijn Azzurri op naar de Haarlemse Honkbalweek
  • 14:54 Team Rotterdam gaat EK Little League in Italië spelen
  • 00:23 Italiaanse deelnemers Europa Cup bewapend voor vijfdaagse in Bonn
  • 23:52 Azzurri oefenen tegen kampioensclub met oog op Honkbalweek Haarlem
  • 17:42 Azzurri breiden selectie uit onderweg naar Honkbalweek Haarlem

Amsterdam, 4 oktober 2016 – In tegenstelling tot veel andere honkballiefhebbers was ik gisteren niet bij de Holland Series op Sportpark Ookmeer. Na mijn open brief aan de leden van de Bondsraad vond ik dat ik naar Het Huis van de Sport moest afreizen om daar de openbare vergadering van de Bondsraad bij te wonen. En hoewel het niet zo spannend was als in Amsterdam ging het er ook in Nieuwegein stevig aan toe.

Het belangrijkste onderwerp dat wat mij betreft op de agenda stond was het Meerjaren Beleidsplan 2017+. Een groot aantal Bondsraadleden vond dat ook, en had voorafgaand de vergadering al bij elkaar gezeten om het plan te bespreken. De eerste conclusie werd voordat er inhoudelijk verder werd gesproken klip en klaar verwoord en gedeeld met de voorzitter en directeur van de bond:

We zijn ons rot geschrokken, onze bond is doodziek

En verder “Het gevoel dat de bond van ons allemaal is ontbreekt. De aansluiting met de basis is er niet en dat is een heel gevaarlijke ontwikkeling!”.

De toon was gezet, maar ook gaf de Bondsraad aan dat er eigenlijk te weinig tijd was geweest om de plannen goed met elkaar door te spreken. Daarvoor werd ook de hand in eigen boezem gestoken omdat de aandachtsgebieden waar de individuele Bondsraadleden zich mee bezighouden opnieuw verdeeld moeten worden.

Bart Volkerijk, directeur van de KNBSB, was het niet eens met de Bondsraad. Hij denkt wel dat er “ongetwijfeld nog veel werk te verzetten is”, maar zei ook “er gebeuren ook veel positieve zaken”. Hij doelde daarmee op de kampioenen die Nederland dit jaar heeft voortgebracht, maar ook op het organisatorisch succesvol verlopen EK in Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Nederland zou daarbij een echte voorbeeldfunctie naar andere Europese landen hebben en “dat zou niet lukken als de bond doodziek zou zijn”.

Ron Schel, voorzitter van de bond, leidde de inhoudelijke discussie in met een toelichting op het proces. Volgens hem moeten de Bondsraad en de clubs wennen aan de nieuwe situatie. Hij gaf toe dat de samenwerking met elkaar beter moet, en dat ze de tijd moeten nemen om de verenigingen mee te krijgen in de beweging. “Dat is nieuw.” Hoe ga je met nieuwe ideeën om? Maar ook niet meteen een mening hebben én alternatieven bieden. Daarmee legde hij de schuld van de commotie handig midden tussen alle partijen in.

Na de sussende woorden van Schel “Rustig aan, stap voor stap, alle begrip, we moeten het met elkaar doen” haalde Volkerijk een volgende angel uit de discussie. Hij gaf namelijk aan dat ze zelf ook al geconstateerd hadden dat er aan het plan “nog wel een hoofdstuk toegevoegd mocht worden”. Hij bedoelde daarmee het zo goed als volledig ontbreken van aandacht voor de topsportcompetities in eigen land. Het punt waar ik ook zo hard over gevallen was.

Met “dat gaan we doen” liet hij dan ook niet alleen zijn goede intenties zien, maar ook werd daarmee duidelijk dat het “Meerjaren Beleidsplan 2017+” werk in uitvoering is en zeker nog niet het definitieve document waar de Bondsraad voor of tegen moest zijn.

Wel onderstreepte de Bondsraad nog steeds achter de ambities te staan die niet alleen de basis van het eerder gepresenteerde Grand Slam-verhaal zijn, maar ook basis van dit nieuwe meerjarenplan vormen.

De enige hobbel die het bestuur toen nog moest nemen was de verhoging van de contributie. Deze in het plan voorgestelde € 1,75 per lid, in totaal zo’n € 38.000,-, is 60% van het bedrag dat nodig is voor de verbetering van de kwaliteit en de opleiding van kader én de uitbreiding van communicatie en PR.

Dit jaar werd dit bedrag nog uit de reserves gehaald en de Bondsraad was niet heel erg happig op het zonder meer toestemmen met deze verhoging. Schel gaf daarop bezorgd aan dat het niet akkoord gaan met deze verhoging direct personele gevolgen zou hebben.

Na kort onderling beraad, zonder bestuur en toeschouwers, verleende de Bondsraad voor één jaar toestemming voor de verhoging. Als voorwaarde werden hier wel twee evaluatiemomenten aan gekoppeld waarbij nog moet worden afgestemd waar het resultaat dan precies op beoordeeld moet worden.

Wanneer het “Meerjaren Beleidsplan 2017+” nu definitief afgemaakt wordt, of de Bondsraad dit dan nog te zien krijgt en of dit dan ook nog op tijd af is voor het KNBSB Congres van 19 november a.s. werd voor mij niet helemaal duidelijk. Er moet in ieder geval nog heel veel werk verzet worden voordat dit plan een kans maakt te worden aangenomen.

Ronald Bouwman

RELATED ARTICLES