Waarom de ‘Grand Slam’ Ambitie van de KNBSB faalt

Amsterdam, 28 augustus 2016 – Begin 2015 werd met groot tromgeroffel de ‘Grand Slam’ ambitie van de KNBSB aangekondigd. We zijn nu anderhalf jaar verder en het lijkt erop dat er een behoorlijke weeffout in het plan zit.

Nadat het geëmmer met die absurde nieuwe regeltjes van eind 2014 was afgelopen, en de vervolgstappen door de bond netjes werden genomen, en na de komst van Ron Schel als nieuwe voorzitter van de KNBSB, had ik eigenlijk best veel vertrouwen in de nieuwe plannen en ideeën die beloofd werden.

De video waarin Schel de plannen uiteenzet en de bijbehorende schematische weergave (zie ook onder dit artikel) van de Grand Slam ambitie leken goed in elkaar te zitten. Maar nu we in de praktijk zien hoe er invulling aan het plan wordt gegeven blijkt dat er helemaal bovenin het schema een fout zit.

Ik heb het hier dan over de laag waarin de ambitie wordt omschreven. Gezien het ledenprobleem waar we mee kampen is het logisch dat de allerhoogste ambitie “vitale verenigingen” is. Wat dat betreft lijkt dit schema op een omgekeerd piramide van Maslow waar de primaire levensbehoeften de onderste laag vormen. Je moet eerst blijven leven, vitaal zijn, voordat je aan andere dingen kan denken.

In het Grand Slam schema worden daar direct onder echter “Internationaal Top 3-5 positie” én “Groei ledenaantal (beoefenaars)” gezet. Dit impliceert dat deze ambities even belangrijk zijn, maar ik waag dat te betwijfelen. Daarbij denk ik ook dat de verkeerde ambitie van deze twee nu voorrang krijgt.

Vitale verenigingen krijg je als je weer gaat groeien in ledenaantal. Daarmee is deze ‘groei ambitie’ meer een manier om de bovenste ‘vitaliteit ambitie’ te bereiken. Ik denk zelfs dé manier. Daarmee is het bereiken van een Top 3-5 ambitie, wereldwijd wordt hier bedoeld, een vreemde eend in de bijt geworden. En nu blijkt een eend die de echte, en meest belangrijke, ambitie behoorlijk in de weg zit.

Toen ik begon met honkballen begin jaren tachtig had niemand kunnen vermoeden dat we met het Nederlands honkbalteam wereldkampioen zouden kunnen worden. Elk Amerikaans college team dat een oefenrondje Europa deed, en daarbij ook Nederland aandeed was beter dan het gemiddelde hoofdklasse team. Van het Nationale team van de Verenigde Staten winnen was uitgesloten, laat staan van Cuba.

In Europa was in de jaren ’70 en ’80 zelfs Italië vaak te sterk voor Oranje, maar dat kwam omdat ze ‘vals speelden’, vonden we toen. Al die Italianen uit de VS, die we toen Italomerikanen noemden, maakte van de Azuri een sterk team. Gelukkig hebben wij nu de eilanden uit ons koninkrijk herontdekt waardoor we de Italianen met gelijke munt kunnen terugbetalen.

Toch hadden we in die tijd veel meer leden, veel meer gezonde verenigingen en niet te vergeten meer toeschouwers bij de wedstrijden. Een wereldwijde Top 5 positie was niet aan de orde, maar toch leefde het honkbal in Nederland veel meer dan nu.

Vroeger was alles beter. Zo klinkt het misschien, maar dat is niet wat ik bedoel. Als ik precies wist hoe het beter moest dan had ik mijn plan wel gedeeld tijdens een clusterbijeenkomst of doelgroepoverleg. Mijn punt hier is dat een Top 5 positie helemaal niets met de levensvatbaarheid van de clubs of de vitaliteit van de bond te maken heeft.

De bond motiveert als volgt:

Internationale topdrie positie
Het hebben en behouden van onze hoge positionering op de internationale ranglijst is uiterst belangrijk. Het zet onze sporten in de spotlight en draagt bij aan de populariteit. Dit proberen we te realiseren met Koninkrijksteams die zich richten op een topdrie positie voor zowel honkbal als softbal.

Helaas is al gebleken dat dit onzin is. Toen we wereldkampioen werden in 2011 hebben we weliswaar iets meer media-aandacht gehad, maar het heeft nul komma nul bijgedragen aan de populariteit. Het heeft het ledenaantal zelfs niet eens weten te stabiliseren, de daling is gewoon doorgegaan.

Daarmee is de ambitie om bij de top van de wereld te willen horen ook niet meteen slecht. Zeker in de sport is het begrijpelijk dat deze ambitie bij de bond ergens opborrelt. Temeer als je ziet dat deze ambitie door het enorme aanbod van talent op met name Curaçao, maar ook op de andere eilanden (de TV-TAS eilanden uitgezonderd), niet meer compleet ridicuul is.

Maar op dit moment wordt het Nederlands Team boven alles verheven. Dat begint al met de naam, Team Kingdom of The Netherlands, die vooral relevant is voor de spelers van het team, en niet voor het Nederlandse publiek dat achter Oranje wil gaan staan, en niet achter Team KONT (ja, ja, ik weet het, de letters staan verkeerd, autocorrect, niet mijn schuld).

De Hoofdklasse regels voor wat betreft het aantrekken van spelers na 15 juni worden even aan de kant geschoven als er een speler die uit kan komen voor het Nederlands Team moet spelen. Dit is gewoon competitievervalsing. En wie daarover twijfelt moet het wedstrijdverslag van afgelopen donderdag Pioniers vs. Kinheim maar ‘ns lezen. De fantastische, maar feitelijk illegaal toegevoegde, Garia maakt het verschil voor Hoofddorp en houdt Pioniers in de race om een plek in de Holland Series. Maar de Hoofdklasse, onze hoogste en belangrijkste competitie, is kennelijk ondergeschikt aan ons nationale team.

Als er 155.000 euro over is uit de NOC*NSF bijdrage van 2013 en 2014, die vervolgens besteed moet worden aan topsport, dan wordt dit geld gepompt in een trainingskamp op Curaçao waar vooral veel in Amerika spelende profs van de Antillen van profiteren. Dat geld had heel goed ook in topsport IN Nederland besteed kunnen worden.

Dan bijvoorbeeld topspelers als Danny Rombley en Vince Rooi die in Nederland spelen en zich niet meer beschikbaar stellen voor Oranje omdat ze eerder gewoonweg aan de kant zijn gezet, in werden geruild voor een prof die in de minors speelt, toen er met Oranje een toernooi dat ergens om ging moest worden gespeeld. Ik vraag me sowieso af of dit kwalitatief wel een verstandige keus was, maar voor het honkbal in Nederland in ieder geval niet.

Op het moment dat ik dit schrijf weet ik niet of mijn stukje “Meneer Janssen, Steve, DOE HET NIET” effect heeft gehad, maar ik vrees met grote vrezen dat ook voor het EK dit jaar weer gekozen wordt voor spelers die niet in Nederland spelen. Al zijn er op het laatste moment natuurlijk wel nog wat spelers gestald bij Neptunus, en er is er een weggemoffeld bij Pioniers.

In het persbericht van de KNBSB waarin het roster voor het oefentoernooi in Frankrijk bekend werd gemaakt wordt in ieder geval nog doodleuk toegevoegd:

Aan deze selectie kunnen voor het EK op een later moment nog professionals uit de Amerikaanse Minor Leagues toegevoegd worden. De Minor Leagues zitten op dit moment in de laatste weken van hun reguliere seizoen.

Wat er niet bij staat is dat als Minor Leaguers worden ‘toegevoegd’ dat ook betekent dat er Hoofdklassers moeten afvallen, maar dat is natuurlijk niet zo’n leuke boodschap voor zo’n persbericht. Kalian Sams heeft in ieder geval al de plek van Remco Draijer ingenomen. Draijer sloeg tijdens de Honkbal Week Haarlem nog .364(!) en wordt nu dus gewipt.

De KNBSB meldde eerder via Twitter “In de selectie van het Franse Team zitten twee Hoofdklasse spelers“, maar de vraag is dus eigenlijk meer hoeveel Hoofdklasse spelers er bij het Nederlands Team af zullen vallen die dus niet naar het EK gaan.

Dit laatste punt heeft denk ik niet alleen grote gevolgen voor de huidige spelers in de Hoofdklasse, maar ook voor al die jongetjes die zien dat je als Hoofdklasse speler wel erg weinig kans maakt op een echte plek in Oranje.

En dan het geld dat verder nog besteed wordt aan het Nederlands Team, los dus van de kosten die het overvliegen van die profs ongetwijfeld met zich meebrengt. Het definitieve roster met spelers is dan misschien nog niet bekendgemaakt, wel is er al een lijst naar buiten gebracht van begeleiders van het Nederlands Team:

* Manager: Steve Janssen
* Bench Coach: Andruw Jones
* Pitching Coach: Mike Hartley
* Hitting Coach: Sidney de Jong
* Third Base Coach: Ben Thijssen
* First Base Coach: Wim Martinus
* Physiotherapist: Pepijn van Ingen
* S&C Coach: Paul Venner
* Equipment Manager: Maarten Broersen
* Scouts: David Bergman and Bernie Beckman

Dat zijn er tien! Gelijk aan een heel honkbalteam, mét DH! Dat zijn volgens mij heel veel gevulde koeken, of zullen de kosten van deze mensen gedekt worden? En misschien verwachten ze dat ze betaald worden? In euro’s?

Die euro’s moeten ergens anders aan worden besteed. Aan de jeugd, opleiding van coaches en trainers, scheidsrechters, dat soort dingen. Laat Bart Volkerijk en Gijs Selderijk maar samen het Nederlands Team coachen. Beide heren zijn toch al in dienst bij de bond en ik denk ook dat ze genoeg honkbalverstand hebben.

Het mooie aan het huidige systeem voor de wereldranglijst is dat je ook met de jeugdteams punten kan halen. Als daar nu ‘ns vol op wordt ingezet dan zal dat over een aantal jaren vanzelf ook voor het Nederlands Team z’n vruchten gaan afwerpen.

Het roekeloos selecteren voor Team Kingdom Of The Netherland om toch vooral maar zo snel mogelijk die top 3/5 positie op de wereldranglijst te bereiken is te vergelijken met  het zo snel mogelijk bouwen van een wolkenkrabber. Alleen vergeet de KNBSB even dat er gebouwd wordt op een moeras: het noodlijdende Nederlandse honkbal. En als niet eerst al het geld en energie gestoken wordt in de noodzakelijke fundering zakt de wolkenkrabber weg en zal de top nooit worden bereikt.

Prima om die Top 3-5 ambitie in het Grand Slam plan te hebben staan, maar zet die ambitie waar ie hoort, en dat is op een plek lager dan “groei ledenaantal (beoefenaars)”. En belangrijker nog: handel daar dan ook naar. Eerst de jeugd in Nederland, de verenigingen in Nederland, de Hoofdklasse competitie en daarna, op basis van spelers die in Nederland spelen, het nationale team.

Hieronder als eerste het ambitie model zonder de weeffout, voor het gemak even genoemd naar een honkbalfenomeen dat nog nét ietsjes leuker is dan de Grand Slam, namelijk de Walk Off. Daaronder het ambitie model van de KNBSB.

WALKOFF

(klik op het schema voor een vergroting)

AmbitiemodelGrandSlamdefinitief

(klik op het schema voor een vergroting)