25 juni 2022
  • 08:15 Mike Piazza bouwt zijn Azzurri op naar de Haarlemse Honkbalweek
  • 14:54 Team Rotterdam gaat EK Little League in Italië spelen
  • 00:23 Italiaanse deelnemers Europa Cup bewapend voor vijfdaagse in Bonn
  • 23:52 Azzurri oefenen tegen kampioensclub met oog op Honkbalweek Haarlem
  • 17:42 Azzurri breiden selectie uit onderweg naar Honkbalweek Haarlem

Amsterdam, 11 september 2016 – Het is vandaag alweer 15 jaar geleden dat twee vliegtuigen de Twin Towers invlogen. Het was een ramp die niets met honkbal te maken had. De verwerking van die ramp had dat wel, voor Amerika, voor New York, en ik zat er middenin.

Op 11 september 2001 was ik aan het werk in een kantoor aan de Herengracht waar ook AT5, de lokale TV zender van Amsterdam, gehuisvest was. Bij de receptie hingen twee TV’s waarvan er één altijd afgestemd stond op CNN, toen nog de enige echte nieuwszender die we in Nederland konden ontvangen.

In het internationale bedrijf waar ik werkte waren ook een dozijn internetredacteuren aan het werk die aan het eind van de middag al snel berichten oppikte over wat er zich in Manhattan aan het voltrekken was. Video via het internet zat er toen nog niet echt in dus we stonden al snel rond de televisies bij de receptie. Zo kon het gebeuren dat ik live en vol ongeloof de United Airlines-vlucht 175 de zuidelijke toren in zag vliegen.

De uren daarna waren vooral onwerkelijk. De TV beelden, gewoon doorwerken omdat je nog niet wist dat de wereld veranderd was, maar voor mij is vooral het gevoel van onzekerheid over waar m’n zus op dat moment was blijven hangen.

Het bericht dat ze niet meer in New York was leverde heel even een kleine opluchting op die onmiddellijk weer plaatsmaakte voor onzekerheid omdat ze in Washington was, en we toen nog niet wisten dat het daar ‘maar’ bij één neergestort gekaapt vliegtuig zou blijven.

Een uur later wist ik dat m’n zus in orde was, maar werd ook de omvang van de ramp voor de rest van de wereld langzaam zichtbaar. Ik was toch maar naar Vak Zuid, een horecagelegenheid in het Olympisch Stadion, gereden om daar aan een vergadering deel te nemen. In plaats van de geplande presentatie was op het grote scherm te zien dat mensen uit de brandende torens sprongen.

Dat is zoals ik het me nu herinner, maar de dagen en nachten daarna stond in mijn huis- en slaapkamer continu CNN aan, dus wat ik allemaal live heb gezien en wat later op m’n netvlies is gebrand loopt waarschijnlijk een beetje door elkaar heen.

Tien dagen later, eigenlijk ongekend snel, werd er voor het eerst weer ‘gewoon’ gehonkbald in New York. Het werd een emotionele aangelegenheid. Honkbal werd het symbool van het vrije westerse leven, en dat ging door, ondanks de terreur.

Toen Mike Piazza, catcher van de New York Mets, in de achtste inning met een homerun een 1-2 achterstand omboog naar een 3-2 voorsprong ontplofte het stadion. Ook dat moet ik gezien hebben op CNN, en misschien ook wel op Studio Sport. De indrukwekkende beelden zijn nog steeds op YouTube terug te vinden.

Andruw Jones stond in het midveld namens de Atlanta Braves en zag de bal hoog over hem én de muur heen zeilen. Ik zou me kunnen voorstellen dat deze “Healing Homerun” van Piazza, zoals deze de geschiedenisboeken in is gegaan, achteraf ook bij Jones meer goede dan slechte herinneringen oproept. Ik zou het hem kunnen vragen want hij is deze week in Nederland voor het EK.


Mike Piazza’s Healing Homerun (3:00 min.)

De wereldeconomie had van de aanslag ook een behoorlijke knauw gekregen, en drie weken na de memorabele homerun van Piazza werd tijdens een vergadering in Canada door het management van het bedrijf waar ik werkte besloten dat de meeste Europese kantoren, waaronder ook het Amsterdamse, dicht moesten. Na het definitief uiteenspatten van de internetbubbel eerder dat jaar betekende de aanslag op het WTC de nekslag voor het bedrijf.

Voor mij betekende dat onverwacht een zee van vrije tijd én een mooie ontslagvergoeding. Die combinatie zorgde ervoor dat ik m’n allerbeste impulsief genomen beslissing van mijn leven kon nemen.

In 1999 was ik met mijn vader al eens in New York geweest. Officieel was hij kanker-vrij verklaard, maar het zou onze eerste en laatste vakantie samen worden. Twee wedstrijden van de Mets in Shea Stadium en één wedstrijd van de Yankees was de bedoeling. Mijn vader was naast een honkbal-fan ook Yankee fan, en ik dus ook, en laat nou net die ene Yankee-wedstrijd afgelast worden. De volgende dag vlogen we alweer terug, kansloos.

Nadat mijn vader was overleden had ik altijd al het idee gehad dat ik ‘voor ons’ nog een keer terug moest om een Yankee-wedstrijd te zien. Dit was mijn kans, en een paar weken later was ik in New York, en niet voor zomaar een wedstrijd, nee, voor de World Series!

Ik had een retour ticket Amsterdam-Washington-New York gekocht, een hotel geboekt en was via eBay in contact gekomen met iemand die een kaartje voor Game 4 aan mij wilde verkopen.

Dinsdag 30 oktober aan het eind van de middag kwam ik aan op het zwaar beveiligde JFK. Met een nogal onorthodox ticket en de hyper alerte soldaten en douaneambtenaren duurde het ondanks dat ik uit, en niet in, een vliegtuig stapte nog best lang voordat ik door de douane en van het vliegveld af was.

Met de extra controles van de toegangswegen tot Manhattan duurde ook de taxirit langer dan verwacht. De route die de taxi nam was dezelfde als krap twee jaar daarvoor, maar het uitzicht was anders. De aanslag op de Twin Towers had een groot surrealistisch gat in de skyline geslagen.

Nadat ik op 49th Street, net achter Broadway, ingecheckt was in het Mayfair Hotel, en ik m’n rugzak op m’n kamer had gedropt had ik nog net genoeg tijd om naar een sports bar in de buurt te lopen. Ik had daar afgesproken met een oud buurmeisje die na opgegroeid te zijn in Nederland weer woonde en werkte in het land waar ze was geboren.

Game 3 moest ik het dus nog doen met een groot scherm in de kroeg. Net als in het stadion werd er luid geapplaudisseerd toen bleek dat George W. Bush de eerste bal van de wedstrijd zou gooien. Later hoorde ik dat de beveiliging in het stadion enorm was geweest. Naast alle controles met honden en metaaldetectoren waren er ook no-walk-zones in het stadion ingesteld. Plekken waar je op last van de beveiliging op bepaalde momenten geen stap meer mocht zetten.

game-3-first-pitch

Bush gooide een slagbal nadat Jeter er nog wat extra druk op had gezet. “Don’t bounce it, they’ll boo ya, this is Yankee Stadium“. De Yankees wonnen de wedstrijd en ze kwamen daarmee terug tot 2-1 in wedstrijden. Het was alleen daardoor al een behoorlijk geslaagde eerste dag en avond in de Big Apple.

Toen m’n oud buurmeisje naar huis ging omdat ze de volgende dag gewoon moest werken bleef ik nog even kletsen met de Amerikaanse dame met wie ik vanaf de zesde inning al een paar keer oogcontact had gehad.

De vriendin met wie zij naar de kroeg was gekomen was ook al naar huis, en na nog een paar drankjes stelde ze voor om naar een andere kroeg bij haar in de buurt te gaan. Het werd een stuk gezelliger dan ik had verwacht.

Na nog een paar drankjes in die andere kroeg kreeg de avond ineens een hele andere wending. Ze had zich tot dat moment groot weten te houden maar nu de alcohol de overhand begon te nemen kwam het hoge woord eruit.

Het leuke avondje uit was vooral afleiding van de gedachte aan haar broer, een brandweerman die een paar weken daarvoor was omgekomen bij het instorten van één van de torens, de plek die vanaf dat moment Ground Zero genoemd werd. Ik bracht het snikkende meisje naar haar appartement, heb haar enigszins aangeschoten in bed gelegd en…. ben stilletjes vertrokken, terug naar m’n hotel.

De volgende dag was ik vroeg op en ik besloot naar Ground Zero te lopen. Roodgloeiende brokstukken metaal werden door grote graafmachines nog uit het puin getrokken. Met een lichte kater en het verhaal van de avond ervoor nog vers in m’n geheugen waren de foto’s en de bloemen die in de hekken gestoken waren nog indrukwekkender dan ik had kunnen vermoeden. Ik betrapte mezelf erop vooral de foto’s van brandweermannen in me op te nemen.

wtc4

Ondanks alle ellende die over de stad was uitgestort ging het leven ook alweer gewoon verder. Er werd weer gewerkt op Wall Street en ook de horeca daar in de buurt was gewoon weer open. Een goed ontbijt, een wandeltocht door de stad en een metro rit later was ik op het meetingpoint voor het stadion in de Bronx. Ik had afgesproken met een man die voor hem en zijn zoontje drie kaartjes had gekocht. Voor de afgesproken tweehonderd dollar nam ik het extra kaartje van hem over en had ik een plek in het stadion. YES!

De beveiliging in en om het stadion was enorm en indrukwekkend. Intimiderend eigenlijk. Van de BP kan ik me niets meer herinneren, maar als je de foto moet geloven ben ik erbij geweest.

me_game4

De openingsceremonie herinner ik me wel nog heel goed. De gigantische vlag op het veld, de Amerikaanse adelaar die vanuit het midveld naar de thuisplaat vloog, maar wat me nog het meest is bijgebleven is de minuut stilte.

Als zoveel mensen tegelijk stil zijn voelt dat bijzonder. De pijn en het verdriet van New York was zo vers en dichtbij dat het bijna voelbaar werd in die minuut. Maar toen gebeurde het, en ik kan het nog steeds niet vertellen zonder dat ik er kippenvel van krijg, na een seconde of veertig begon één persoon heel hard te roepen “FREEDOM!”, dat werden er twee “FREEDOM!”, vier “FREEDOM!” en binnen no time was de trieste bedrukte sfeer in het publiek omgeslagen in euforie. De veerkracht van New York in optima forma. Play ball!

flag_on_field

Ik had en heb niet zoveel met dat hardcore patriottisme, maar het was een fantastische ervaring. En het mooiste moest nog komen.

Het werd een echt pitchersduel. In de derde inning kwamen de Yankees voor door een homerun van Shane Spencer, maar een slagbeurt later sloeg Mark Grace voor Arizona ook een solo homerun en het stond weer gelijk, 1-1.

In de eerste helft van de achtste inning pakte de Diamondbacks opnieuw de leiding. Een single, een double en een velderskeus zorgden voor een 3-1 achterstand voor de Yankees. De sfeer in het stadion was geladen. De emotie hing in de lucht, maar er was geen voorsprong en dus ook geen uitlaatklep.

Ik zat tussen de bleecher creatures op de tribune achter de bullpen in het linksveld, en zij hadden wél een uitlaatklep gevonden: “KIM, YOU SUCK!” klonk het steeds harder om me heen. De 22-jarige reliever van Arizona Byung-Hyun Kim stond voor ons warm te gooien en liet het gelaten over zich heen komen.

Kim werd de achtste inning de heuvel opgestuurd voor een zes-nullen-save. Gedurende het seizoen had hij al 19 wedstrijden op slot weten te gooien en in het post-season waren het al drie saves zonder dat hij ook maar één punt tegen had gekregen. In de achtste inning deed hij precies waar hij voor gekomen was. De drie strike-outs die hij gooide boorde bijna alle hoop voor mij en de New Yorkers de grond in.

Jeter probeerde het in de tweede helft van de negende inning met een dragbunt, maar hij werd uitgegooid. De hit van Paul O’Neill die volgde zorgde voor nog een sprankje hoop, maar na drie slag van Bernie Williams zagen weinig mensen het nog zitten. Twee nullen, nu was het bijna afgelopen, het kon haast niet anders.

Tino Martinez kwam aan slag en Kim stond nog steeds sterk en stoïcijns op de heuvel. Martinez had daar alleen geen boodschap aan. De eerste bal die hij zag joeg hij het stadion uit. Het was 3-3! De ontlading was enorm. Op de tribune werd gejuicht, geklapt en geschreeuwd, en op het veld waren de Yankees verre van klaar.

Na vier wijd op Posada en een single van Justice geloofde het hele stadion er weer in. Nu ging er gewonnen worden ook. Spencer had al een homerun geslagen en mocht het ook gaan afmaken. Kim wilde daar alleen niets van weten en gooide zijn vijfde keer drie slag. De negende inning was afgelopen.

Met een 3-3 stand, dus zonder dat er een voorsprong te verdedigen was, werd closer Mariano Rivera in de tiende inning voor de Yankees de heuvel op gedirigeerd. Three up, three down, en de Yankees mochten weer. Het was inmiddels middernacht geworden, het was 1 november. Honkbal in november, nog nooit vertoond en veroorzaakt door de anderhalve week dat de competitie stil lag direct na 9/11.

Vol ongeloof zagen we ook in de tiende inning Kim weer richting de heuvel lopen. Hij had net een save in de World Series verkloot en mocht nu ook het verlies gaan ophalen. Dat wisten we niet, maar we voelden het wel.

Scott Brosius en Alfonso Soriano werden nog door Kim uitgeschakeld, maar Jeter zag Kim voor de tweede keer en zat meteen goed in z’n slagbeurt. En toen gebeurde het, het magische moment waardoor ik voor altijd Yankee-fan zal blijven. Op volle bak sloeg Jeter de bal de tuin uit. YANKEES WIN, THE YANKEES WIN!

2001-world-series-game-4-derek-jeter-001241858_0

Het stadion trilde op z’n grondvesten. Iedereen vloog elkaar in de armen, high fives, tranen, ik ook geloof ik. De stand in de World Series was 2-2 en Derek Jeter was voor altijd Mr. November.

Frank Sinatra tetterde door de luidsprekers, maar niemand wilde het stadion uit. Als dit de World Series waren dan moest en zou ik ook naar Game 5. In de metro terug naar Manhattan besloot ik de volgende dag al vroeg naar het stadion te gaan. De zwarte markt was mijn enige kans om aan een kaartje te komen. Het zou een duur geintje worden, als het al zou lukken.

De volgende dag stond ik rond een uurtje of twaalf voor het stadion. De beveiliging was ook al ruim aanwezig dus de jongens die tegen woekerprijzen de kaartjes wilde verkopen waren behoorlijk voorzichtig. Uiteindelijk had ik er een te pakken die me voor vierhonderd dollar een kaartje wilde verkopen. Blij als een kind wisselde ik een pak dollars in voor het kaartje. Gelukt!

Tijdens m’n hamburger-lunch in een kroeg bij het stadion pakte ik het kaartje er nog maar weer even bij. Misschien had ik er verstandig aan gedaan het kaartje iets beter te inspecteren voordat ik definitief akkoord was gegaan met de ruil. Van de opluchting die ik voelde omdat ik zo snel aan een kaartje was gekomen was weinig meer over toen ik nog een paar keer goed naar het ‘kaartje’ keek. Niet helemaal foutloos geprint, niet helemaal foutloos gesneden, maar goed, dat kan natuurlijk, ook met echte kaartjes…

Een paar uur later stond ik met lood in m’n schoenen al vroeg in de rij voor het stadion. Toen het loket open ging voor de mensen die daar hun kaarten konden afhalen besloot ik daar meteen maar even langs te lopen. Ze hadden het snel gezien, kansloos, een nep kaart! Tough luck.

sold_out

Het was een paar uur voor de wedstrijd, ik was een paar honderd dollar lichter en weer helemaal terug bij af. Gelukkig vond ik al snel een nieuwe behulpzame New Yorker die een extra zakcentje wilde verdienen. Voor ‘slechts’ vijfhonderd dollar kon hij mij wel een kaartje verkopen. Na een grondige inspectie van het stukje karton besloot ik dat dit wel ‘ns m’n laatste kans zou kunnen zijn, dus ik trok m’n portemonnee en tikte af.

Eenmaal in het stadion kon ik m’n geluk niet op. Ik was weer binnen bij de World Series! En ik was niet de enige Nederlander want stomtoevallig liep ik onder de tribune Charles Urbanus tegen het lijf. Een aantal jaar daarvoor had ik nog onder hem mogen spelen bij Pirates dus hij herkende mij ook. We hebben maar heel kort met elkaar gesproken, maar ik vond het fantastisch om even aan iemand, in het Nederlands, te kunnen vertellen hoe blij ik was dat ik naar New York was gekomen.

welcome_5

De wedstrijd die volgde was bijna net zo absurd als Game 4. De Yankees kwamen in de vijfde inning 2-0 achter en het zag er niet naar uit dat ze die achterstand gingen goedmaken. Het publiek ging nog wel achter de Yankees staan, maar het haalde weinig uit.

Maar in de zevende inning kregen we weer hoop. Niet door wat er in het veld gebeurde, maar wel door wat er in de bullpen gebeurde. Kim stond weer warm te gooien! Het zou toch niet?!

Nou, wél dus. Kim mocht het in de negende inning weer proberen. Het zou me niet verbazen als er ergens in New York een standbeeld van Kim én van Bob Brenly, de manager van Arizona, te vinden is. De New Yorkers zijn ze in ieder geval nog steeds dankbaar.

Met twee man uit en Posada op het tweede honk moest Scott Brosius de hoop levend houden. En dat deed hij, met één wijd kaal sloeg hij de bal mijn kant op. Ik zat iets te hoog en iets teveel richting het midveld, maar die bal ging er zeker uit. En zo was het ineens weer gewoon 2-2.

brosius-home-run

Wat er in het stadion gebeurde is onbeschrijfelijk. Kim gaf ‘m wéér weg, en deze keer mocht hij wel meteen het veld ruimen. Brenly had genoeg gezien. Maar ik, en mijn vrienden voor het leven om mij heen, nog niet. Wij wilden méér!

Het sprookje was compleet toen in de twaalfde inning Chuck Knoblauch met een honkslag het eerste honk bereikte. Brosius, die al de held van de wedstrijd was, kon historie schrijven, maar in plaats van een homerun slaan legde hij een opofferingsstootslag neer waarop Knoblauch naar het tweede honk kon doorschuiven.

Alfonso Soriano werd daardoor de tweede held van de wedstrijd. Op zijn line-drive naar het rechtsveld werd Knoblauch doorgestuurd naar thuis. Het leek close te worden bij de plaat, maar de bal had een iets te korte hop en via de handschoen van de catcher spoot de bal richting backstop. YANKEES WIN, THE YANKEES WIN!

yankeeswin

Het was 3-2 in wedstrijden voor de Yankees en de series zouden worden voortgezet in Arizona. De honkbalkenners weten hoe het uiteindelijk is afgelopen. De Yankees verloren de World Series in een net zo krankzinnige zevende wedstrijd.

Maar voor de New Yorkers, en ook voor mij, waren die twee wedstrijden in New York veel meer dan gewoon twee World Series wedstrijden. Het waren wedstrijden waarin de ongelooflijk veerkracht van de stad getoond werd. Amerika liet zich er niet onder krijgen. De terreur had het niet gewonnen. En ik mocht erbij zijn.

tickets

Hieronder de mini documantaire (15 min.) I Was There When: 2001 World Series

Ronald Bouwman

RELATED ARTICLES