3 oktober 2022
  • 08:58 Italiaanse bond kondigt samenwerking met KNBSB aan
  • 15:19 Coppa Italia 2022 voor Fortitudo Bologna
  • 17:13 San Marino wint Italy Series en Rimini degradeert uit Serie A
  • 17:44 “Uitstervend” Italiaans honkbal rept zich naar seizoensfinale San Marino – Parma
  • 12:39 Jubileumeditie Honkbalweek gezien vanaf de perstribune van het Pim Mulier

Amsterdam, 14 januari 2017 – Over exact twee weken is er weer een KNBSB Congres. De bijbehorende stukken zijn eergisteren rondgestuurd naar de verenigingen. Zo ook het nieuwe Beleidsplan 2017+, dat inmiddels ook op knbsb.nl is terug te vinden.

Is het plan beter dan de vorige versie? Ja, zeker. Mis ik dingen in het plan? Ja, ook. Ben ik het met alles eens? Nee, zeker niet. Zitten er fouten en slordigheden in? Helaas wel. Vind ik dat het plan zou moeten worden aangenomen? Ja.

Ik zal me in dit stukje beperken tot waarom ik denk dat het plan beter is dan het plan dat in november vorig jaar aan het congres werd voorgelegd, en waarom het deze keer wel aangenomen moet worden.

Om te beginnen heeft het geen zin om keer op keer plannen af te keuren of weg te stemmen. Tenzij je eropuit bent om het bestuur weg te sturen misschien, maar zonder goed alternatief, en steun daarvoor, schiet dat ook niet op.

Daarbij heeft het bestuur met dit nieuwe plan laten zien dat ze niet alleen hebben willen luisteren naar de kritiek van de Hoofdklasse clubs, maar ook dat ze er echt wat mee hebben gedaan. Natuurlijk, het is nu alleen nog maar een papieren werkelijkheid, maar als je het bestuur bij voorbaat al niet vertrouwt dan moet je ze wegsturen, en dat zei ik net al, dat schiet niet op.

Uit het nieuwe plan blijkt ook dat de KNBSB en de Hoofdklasse clubs hebben besloten samen echt werk te gaan maken van wat eerst nog een holle frase was “De topsportcompetities in Nederland zijn onze belangrijkste wekelijkse uithangborden.“.

Tijdens het congres in Hoofddorp legde Voorzitter Schel nog uit dat de term “topsport” voor verwarring had geleid omdat de bond hier eigenlijk alleen de programma’s voor de nationale selecties mee bedoelde. Nu staat er in het plan:

De Top 3-5 ambitie op de wereldranglijst bestaat uit een tweetal focusgebieden:
* De Nederlandse topsportcompetities
* Het programma voor de nationale selecties

De Hoofdklasse en de Golden League hebben dus weer een plek in het plan en in de topsport. Je kunt je dan nog afvragen of de uitwerking alleen onder de Top 3-5 ambitie hoort, of dat de belangrijkste wekelijkse uithangborden ook, of juist, nodig zijn bij de ledengroei ambitie. Maar goed, als het er maar in staat.

Wat er ook in staat is dat de KNBSB en de Hoofdklasse clubs een nieuw samenwerkingsverband gaan oprichten “om de Hoofdklasse Honkbal naar een hoger plan te tillen“. De missie van dit samenwerkingsverband is als volgt beschreven:

“Het onder gemeenschappelijke naam en voor gemeenschappelijke rekening bevorderen van de kwaliteit en populariteit van het honkbal in Nederland, onder meer door het:

* (laten) verzorgen van promotie (marketing), o.a. het laten uitzenden van wedstrijden via internet / televisie
* Gemeenschappelijk benaderen van sponsors
* Gemeenschappelijk aangaan van financiële afspraken (bijv. gezamenlijke inkoop van materiaal)
* (laten) organiseren van additionele activiteiten op en rond het veld die de populariteit van het honkbal bevorderen
* (laten) organiseren van / deelnemen in wedstrijden buiten de hoofdklasse competitie”

Naast deze missie en een toelichting hierop wordt een aantal focuspunten benoemd. Ook hierin is duidelijk de inbreng van de Hoofdklasse clubs terug te zien. Met name op het gebied van opleiding en talentontwikkeling lijkt er een enorme ommezwaai gemaakt te zijn.

In de huidige situatie is er eigenlijk geen ruimte voor de belangen van de clubs. Een talent dat werd gescout voor een opleidingstraject op één van de academies was verloren voor de club. En met een beetje pech verloor de club dan ook meteen een coach of trainer. Nu staat er in het plan “Om de binding tussen spelers, speelsters en verenigingen te behouden en om te vermijden dat met spelers en speelsters ook hun ouders die een (coach)taak hebben bij de vereniging vertrekken als hun zoon/ dochter naar een Academy gaat, is het belangrijk dat geselecteerde spelers en spelers ook bij hun vereniging blijven meedoen.“.

Daarmee is denk ik de grootste angel wel gehaald uit de weerstand die veel clubs tegen de academies hebben. Zeker in combinatie met dat andere focuspunt “De in- en uitstroom bij de Academies gaat in overleg met de verenigingen.“.

Ook lijken de bond en de clubs elkaar gevonden te hebben op het gebied van opleiding van coaches en trainers. Tijdens het congres in Hoofddorp werd al duidelijk dat iedereen voor goed gekwalificeerd kader is, maar tegelijkertijd wilde de clubs niet aan de opleidingsverplichting omdat het vaak al lastig genoeg is überhaupt iemand voor de groep te krijgen. Daarom staat er nu voor de teams in de hoogste jeugdafdelingen in het plan “Deze teams worden begeleid door spelers / speelsters die zo hoog mogelijk gespeeld hebben, liefst Hoofdklasse / Golden“, om op deze manier toch een zo goed mogelijke begeleiding van de jeugd te bewerkstelligen.

Het lijkt er zelfs op dat de clubs de bond hebben kunnen overtuigen van het feit dat de opleiding van spelers primair door de clubs gedaan zou moeten worden en niet door de bond. Waarom dat praktisch gezien nog niet kan wordt gemeld in het laatste focuspunt “Gezien de eisen en verwachtingen die er zowel nationaal (NOC*NSF) als internationaal (o.a. MLB) worden gesteld heeft de KNBSB de verantwoordelijkheid voor de regie en voor een deel ook de uitvoering op en voor de Nationale- en Regionale trainingscentra.

De eisen van het NOC*NSF zorgen er ook voor dat een andere benadering van het nationale team nog niet mogelijk is. We hebben nu nog drie jaar om een plan te bedenken waarmee we én het budget van het NOC*NSF kunnen behouden én dit budget ook kunnen laten werken voor een succesvollere honkbalsport in Nederland. Maar laten we het nu dus nog maar even doen met het plan waar we op 28 januari iets van moeten vinden.

Ronald Bouwman

RELATED ARTICLES