Hoofdklasse honkbal: een klasse apart?

Amsterdam, 12 juli 2016 – De KNBSB heeft gekozen voor een structuur waarin breedtesport en topsport van elkaar gescheiden zijn. De problemen waar we in Nederland voor staan kunnen echter niet door alléén de topsport of alléén de breedtesport worden opgelost.

Eind 2014 heeft de Kolom Breedtesport een steen in de vijver gegooid en voorstellen gedaan voor het aanpassen van de regels en competitieopzet. Wat ik van die voorstellen vond mag duidelijk zijn, en ik ben dan ook blij dat ze allemaal van tafel zijn gegaan.

Ondanks dat Wil Kitslaar, vertegenwoordiger van de regio Midden-Nederland in de Kolom Breedtesport, aan de wieg heeft gestaan van de ideeën waar ik zo tegen was/ben, ben ik met hem in gesprek gebleven over allerlei onderwerpen die direct of indirect aan ledengroei gerelateerd zijn.

Ik ben het soms met hem eens, en vaak ook niet, maar het is mij duidelijk dat hij een zeer betrokken en veranderingsgezinde honkballiefhebber is die ook graag ziet dat we weer in leden gaan groeien.

Nadat ik afgelopen zondag de aanbevelingen heb gepubliceerd waar in het Hoofdklasse Overleg over gesproken is heb ik van hem een stuk ontvangen met daarin óók suggesties voor verbeteringen. Dit stuk heb ik hieronder op zijn verzoek integraal overgenomen. Dat betekent overigens niet dat ik het met de suggesties eens ben.

Honkbal in Nederland: de feiten
– een kleine sport: nog geen 9000 beoefenaren (dit is excl. softbal, beeball, recreanten, slow-pitch en niet spelende leden)
– er zijn 160 clubs: nog geen 60 honkballers per club.
– grote clubs bestaan niet: een paar “iets grotere” honkbalclubs hebben rond de 200 honkbal-leden
– aantal beoefenaren neemt gestaag af, sinds 1985 jaarlijks minder actieve beoefenaren
– een amateursport: iedere speler beoefent de sport voor zijn plezier,
– een twintigtal topspelers in Nederland krijgt een vergoeding van NOC*NSF en/of van hun vereniging, een vergoeding die hen in staat stelt om bijv. studie met sport te combineren. vergoedingen zijn niet toereikend voor het opbouwen van een maatschappelijke carriere
– vooral dankzij de participatie van spelers uit de Antillen presteert het Nederlands team (80% spelers van de Antillen) op Europees en wereld niveau zeer goed. We noemen het tegenwoordig Kingdom of the Netherlands.
– “de top” krijgt binnen de KNBSB en NOC*NSF veel aandacht. NOC*NSF stelt veel (gealloceerde) geldmiddelen beschikbaar voor de top en vrijwel geen geldmiddelen voor de overige 9000 beoefenaren

Hoofdklasse honkbal: een klasse apart
De Hoofdklasse honkbal is weliswaar een klasse apart, maar heeft veel invloed op de rest van honkballend Nederland. Alle veranderingen beginnen aan de top en sijpelen dan door naar de breedte. Wat dat betreft heeft de Hoofdklasse honkbal een slechte voorbeeld functie vervuld de laatste 30 jaar. Gerenommeerde clubs, zoals Haarlem Nicols, Amstel Tijgers, Sparta, Feijenoord, Ado, De Spartaan, Giants, verdwenen roemloos. Meestal doordat niet aan financiële verplichtingen voldaan kon worden. De Hoofdklasse honkbal blinkt uit in “blind copieergedrag”. Zonder rekening te houden met veranderende tijden, de rest van honkballend Nederland en specifieke situaties in Nederland is er gehandeld. De World Series worden gespeeld in een ‘best of 7”, dus de Holland Series ook een “best of 7”. Op EK’s en WK’s wordt geslagen met hout, dus in Nederland moet de hele Hoofdklasse met hout slaan, gelijk spelen kennen ze in Amerika niet, dus ook dat moet koste wat kost voorkomen worden in Nederland. En zo zijn er nog vele voorbeelden te geven.

De Hoofdklasse Honkbal moet zijn voorbeeldrol zo spoedig mogelijk goed gaan invullen. Daarbij dus rekening houdend met alle aspecten van alle belangengroepen. Dit laatste is geen verzoek maar een eis. Zonder een goede hoofdklasse gaat honkballend Nederland uiteindelijk ten onder.

Een betere competitie, gezonde verenigingen en een groeiende KNBSB.
De KNBSB hoofdklasse is in alle opzichten het belangrijkste voor het honkbal in Nederland. Voor de spelers, voor de toeschouwers, voor de pers, voor de ambitie bij clubs, voor de jeugd, voor het (subsidie/sponsor)geld. De hoofdklasse is het voorbeeld voor iedereen die zelf honkbalt of de sport met belangstelling volgt.

De KNBSB en de clubs hebben moeite het hoofd boven water te houden. Er komen weinig toeschouwers en de clubhuizen zijn leeg. Recettes worden elk jaar minder. Sponsoren verdringen zich niet aan de poort voor een plekje in het buitenveld. Niet elke hoofdklasser heeft een goede hoofdsponsor. Spelers zijn niet trouw aan hun club en lopen voor vijf stuivers naar een ander. De pers heeft weinig belangstelling. De kosten om in de hoofdklasse te spelen zijn hoog. Kosten voor lichtinstallaties, voor materialen, voor scheidsrechters/scorers , etc. zijn hoog. Er worden door de clubs vrijstellingen verleend voor contributies en (kosten) vergoedingen betaald aan spelers. Vaak met geld dat er niet is.

Als de hoofdklassers, en de KNBSB hun “werk” goed doen met betrekking tot de competities en alles daarom heen dan zal dit zeer veel bijdragen aan gezonde verenigingen. En gezonde verenigingen groeien in ledental. Zo is de cirkel rond.

De Hoofdklasse.

Al jaren strijden acht teams jaarlijks om het landskampioenschap. Onderstaand een aantal aspecten waar we mee te maken hebben en die een goede en aantrekkelijke competitie negatief beïnvloeden.

1. Het verschil tussen de beste teams en de slechtste teams is groot
2. De lengte van de reguliere competitie is kort
3. De publieke belangstelling is gering, een tiental bezoekers bij een wedstrijd is geen uitzondering
4. De landelijke pers heeft geen aandacht voor de competitie
5. De fiscus houdt alle hoofdklassers scherp in de gaten(loonbelasting)
6. De arbeidsinspectie ligt op de loer (buitenlanders)
7. De spelers zijn de baas, (jaarlijkse spelerscarroussel)

Conclusie: Ons gemeenschappelijke product, de Hoofdklasse Competitie, is niet goed.

Onderstaand enkele suggesties tot verbetering. (in willekeurige volgorde, echter met een zeer grote onderlinge samenhang)

punt 1. Competitieduur van april tot en met oktober

Uit gegevens van het KNMI blijkt dat de gemiddelde temperatuur per maand over 30 jaar voor de maanden september en oktober beduidend hoger is dan voor de maand april. April 7,50, september 14,50 en oktober 110.
De neerslag is in sept/okt gemiddeld 75 mm en in april/mei 60 mm.
Op basis van deze langjarige gegevens met betrekking tot het weer kunnen we starten in de eerste helft van april, op basis van de gemiddelde temperaturen is het mogelijk ook in de maanden september en oktober een goede competitie te spelen. Vanaf begin april tot eind oktober zijn er
+ 30 speelweken beschikbaar. Een zomerstop van + 5 weken (incl HHW/WPT en evt. EK) blijven er + 25 weken over voor de competitie.

punt 2. Competitie opzet, aantal wedstrijden

De competitie opzet moet voor spelers, publiek en pers eenvoudig te begrijpen zijn. Het huidige systeem van 42 reguliere wedstrijden per jaar “lijkt” goed. Ware het niet dat de krachtsverhoudingen al jaren zodanig zijn dat we meer dan een jaar vooraf al kunnen aangeven welke 4 teams bij de eerste 4 eindigen en welke bij de laatste 4. Hiermee is de competitie van 42 wedstrijden een grote oefencampagne geworden.
Play Offs en Play Downs(Runner UP) vormen in de huidige opzet en bij de huidige krachtsverhoudingen in feite de echte competitie. Maar dan wel een competitie van 4 teams voor het kampioenschap en een competitie van 4 teams voor een plaats in de competitie van het volgende jaar. In een serie van 9 wedstrijden begint dan in feite voor alle ploegen de competitie pas echt. Een competitie die dus maar 3 weken (!) duurt.
Het eerste wat moet gebeuren is het ter discussie stellen van Play Offs en Play Downs, voegen deze iets toe? Begrijpt het publiek de competitieopzet? Komen er veel toeschouwers? Levert het meer sponsors op? Wordt de voorcompetitie van 42 wedstrijden met PO en PD een serieuze aangelegenheid of blijft het een lange oefencampagne?
Vervolgens:
Holland Series zijn het toetje van de competitie. Helaas slechts voor 2 teams, de rest van Nederland is uitgespeeld. De spanningsboog van spelers, publiek en pers is kort, Holland Series worden in een best of 7 gespeeld. Daar doen we 2 weken over, dat is langer dan de World Series. Is er een reden om een best of 7 te spelen of zou een best of 3 of best of 5 of wellicht helemaal geen HS ook een optie zijn?
Naar mijn mening moet een normale competitie bestaan uit minimaal ongeveer 20/22 competitieweekenden. (40/45 wedstrijden) Dat is het vertrekpunt. Daarna, en dat kan heel goed tot medio oktober, het toetje: Play Offs en/of Holland Series. PO en HS mogen nooit langer duren dan een paar weken.

punt 3. Aantal wedstrijden per week

Tot 1970 werd 1 wedstrijd per week gespeeld. Niet ongebruikelijk in de Nederlandse sportcompetities, is namelijk bij alle teamsporten in Nederland nog steeds de standaard.
Vanaf 1970 is besloten om 2 x per week te gaan spelen in de hoofdklasse.
En de laatste jaren worden er 3 wedstrijden per week gespeeld, dit onder het motto van de toenmalig technisch directeur: hoe meer wedstrijden hoe beter. Als je naar de individuele speler kijkt dan klopt dat, die wil wel 5 keer in de week spelen, maar dan is het wel zijn beroep (MLB).
Als je naar de ontwikkeling van de sport in Nederland kijkt en je alle aspecten daarbij betrekt dan is het de vraag of 2 of 3 wedstrijden per week goed voor de totale sportontwikkeling is. Ledengroei heeft het in ieder geval niet gebracht. Ik ben van mening dat maximaal 2 wedstrijden per week verantwoord is. Meestal speel je dan op zaterdag en zondag, ik ben er een sterk voorstander van om een aantal zaterdagen te verruilen met een doordeweekse avond.

Punt 4. Aantal spelers per team

Het is niet ongebruikelijk dat teams met meer dan 20 spelers in de dug out zitten. Sommige hooofdklasseteams hebben meer spelers in de dug out dan een MLB team is toegestaan, en die spelen vrijwel elke dag!
Een zeer ongezonde zaak: meer dan de helft van de spelers komt de betreffende wedstrijd niet aan spelen toe. Een paar reserves, oké, dat moet, maar meer dan een heel team is onverantwoord. Bankzitters hangen snel de handschoen aan de wilgen of gaan recreatief spelen op een veel lager niveau. Ledenverlies tot gevolg.

De hoofdklasse competitie van de laatste jaren geeft enorme verschillen tussen de nummer een en de nummer laatst: veertig tot vijftig punten is de realiteit.
De hoofdklasse bestaat (maar) uit acht teams, als belangrijkste reden hiervoor wordt altijd genoemd het tekort aan voldoende hoofdklasse-waardige spelers om met meer dan acht teams te spelen.
De vraag ligt voor de hand: hebben we überhaupt wel genoeg spelers voor acht teams? Nu of in de toekomst.

Laten we eens kijken naar de pitchers. Hoeveel hoofdklassewaardige pitchers zijn er in Nederland?
Als de laatste 10 jaar de maatstaf zou zijn dan waren er slechts vier, steeds dezelfde, teams van de acht die “presteerden”. Deze vier teams hebben een pitching staf van 36/40 pitchers.

Hoeveel goede pitchers zijn er nodig voor een goede evenwichtige hoofdklasse competitie?

Aantal teams wedstrijden per week aantal pitchers
8 3 64/72
8 2 40/48
8 1 20/24

 

Aangezien we slechts 36/40 hoofdklasse waardige pitchers hebben zou je, voor een op termijn evenwichtige competitie, moeten kiezen voor maximaal 2 wedstrijden per week

Wat voor de pitchers geldt, geldt evenzo voor de andere spelers. Weliswaar met geringere verschillen in de aantallen.

Willen spelers graag 3 of zelfs meer wedstrijden per week spelen?
Ja
– een kleine groep spelers die in het Nederlands team spelen en een salaris ontvangen van NOC*NSF (naast honkballen doen zij meestal niet veel)
– een groep jonge spelers, die de ambitie hebben om beter te worden en bijv. ook het Nederlands team nog denken te kunnen halen
Nee
– spelers vanaf een jaar of 23(?), die ontzettend graag honkballen maar 3 x in de week niet kunnen of wensen te combineren met hun sociale en/of maatschappelijke positie

Het gevolg van het bovenstaande is dat de gemiddelde leeftijd in de hoofdklasse steeds jonger wordt en dat iets oudere hoofdklassewaardige spelers kiezen voor een team in een lagere klasse, waar geen 3 wedstrijden per week gespeeld worden.

punt 5. avondwedstrijden.

Wat zijn de voordelen en wat de nadelen van avondwedstrijden?
Voordelen:
a. voor spelers geldt dat spelen beter is dan trainen, spelen is leuker dan trainen en spelen is
fysiek minder belastend dan trainen
b. een avondwedstrijd bij lekker zomers weer heeft voor het publiek een extra aantrekkingskracht

Nadelen:
a. Spelers en scheidsrechters kunnen moeilijk tijdig aanwezig zijn door de verkeersdrukte
b. De publieke belangstelling is tijdens avondwedstrijden lager dan tijdens weekeind wedstrijden
c. De pers besteedt aan avondwedstrijden geen aandacht,
d. De spelregels zijn tijdens avondwedstrijden afwijkend van de spelregels tijdens weekend-
wedstrijden, de gedwongen tijdslimiet leidt tot competitievervalsing
e. De buitentemperatuur is tijdens de avonden aan het begin en einde van het seizoen laag

Het plannen van reguliere competitiewedstrijden op avonden kent zowel voordelen als nadelen. Gedurende de zomermaanden is het spelen van avondwedstrijden voor spelers en publiek aantrekkelijk en verantwoord. De bezwaren van het niet tijdig aanwezig kunnen zijn door spelers en officials blijven, evenals de bezwaren van competitievervalsing door afwijkende spelregels.

Als we avondwedstrijden, naast weekend wedstrijden, blijven inplannen dan ben ik van mening dat de spelregels voor weekend en avondwedstrijden gelijk getrokken moeten worden. Maximale tijdsduur voor een avondwedstrijd is nu 19:45 – 22:45 (drie uur, inclusief onderbrekingen voor regen etc.) Het schijnt dat de hoofdklassers een andere richting uit willen: daar waar het van de Gemeente mag gaan wedstrijden na 22:45 uur gewoon door. Voor mij een onbegrijpelijke en volkomen verkeerde beweging.

Als we overwegen om van 3 wedstrijden naar 2 wedstrijden per week te gaan dan is het te overwegen om niet 2 wedstrijden in het weekend te spelen maar 1 wedstrijd in het weekend en de andere wedstrijd op een avond in de week. Het voordeel daarvan is dat spelers niet hun hele weekend “kwijt” zijn aan de sport, maar 1 weekend dag overhouden voor sociale en maatschappelijke zaken. Het zou voor spelers, ook, of juist, de goede spelers een reden kunnen zijn om hun loopbaan te rekken.

punt 6. aantal teams in de hoofdklasse

Al “eeuwenlang” spelen we met 8 hoofdklassers. Een vereniging met een hoofdklasseteam heeft “een vlaggenschip” waarmee leden getrokken kunnen worden, de pers enthousiast gemaakt kan worden, bij de overheid/gemeente meer voor elkaar gekregen wordt (betere en ruimere accommodatie).
Dit zijn argumenten om de hoofdklasse uit te breiden naar meer dan 8 teams. Dat is ontegenzeggelijk de beste methode om verenigingen autonoom te laten groeien, en zonder dat dat ten koste gaat van andere verenigingen. Dat kan echter alleen als er minder dan 3 wedstrijden per week gespeeld worden, immers we wensen ook een evenwichtige hoofdklasse en daarbij is het van belang dat de kwantiteit en kwaliteit van de spelers over alle teams zo gelijk mogelijk is.

De Rookie league: het failliet

Zo’n jaar of 7 a 8 geleden is aan de 8 hoofdklasse verenigingen de licentieplicht opgelegd om ook met een Rookie team aan de Rookie league mee te doen.
Doel: hoofdklasse verenigingen te verplichten jeugdige spelers op te leiden.
De Rookies spelen in een gesloten competitie en zijn onlosmakelijk verbonden met het hoofdklasse team. Dit heeft tot gevolg gehad dat als een hoofdklasser degradeert het Rookie team wordt opgeheven en als een overgangsklasser promoveert er binnen een paar weken een Rookie team moet worden geformeerd.
Al met al een hoogst ongelukkige situatie die niet onverwacht tot een desastreus slechte Rookie league heeft geleid. Of onze sport er ook leden door verloren heeft? Zou kunnen.

De verplichting van een hoofdklasser om ook een Rookie team te formeren heeft ook financiele consequenties. Een Rookie team kost geld en er zijn clubs die dat geld voor een Rookie team (nog) niet hebben. Daar wordt het betreffende Rookie team de dupe van.

Wat moeten we met de Rookie league en de daarin spelende teams? In ieder geval moeten deze teams spelen in een competitie waar het ergens om gaat. Niet degraderen is veel te vrijblijvend. Te overwegen valt om de Rookie teams in te delen in klassen waar zij thuis horen. (2016: menig Rookie team wordt “geveegd” door de top van de 1e klasse, dus plaatsing in de OK van alle Rookie teams is zeer onverstandig.) Klassen met alle mogelijkheden van promotie en degradatie. Dat betekent wel dat de “blokkade” van je mag als hoofdklasser geen 2e team/rookie team in de overgangsklasse hebben of twee teams in de 1e klasse (2e klasse) van tafel moet.
Dat de huidige overgangsklassers daar in het verleden emotionele bezwaren en bezwaren van mogelijke competitievervalsing tegen hadden is een punt van aandacht. Met name enige regelgeving, zoals 9 tal opgave, is een aandachtspunt. Overigens speelt in het voetbal Jong PSV gewoon in de Jupiler league, het kan dus wel.

Wil Kitslaar
w.kitslaar@planet.nl

NB bovenstaande tekst is een geactualiseerde versie van een artikel uit 2012